logo

Saturday 11th of February 2012

1800-1900 Haags gemeente Archief - Scheveningen algemeen

Onstuimige groei in de 19de eeuw  

Zoals gezegd was het aantal huizen tot aan de 19de eeuw vrij stabiel gebleven. De bebouwing van de Keizerstraat liep, gezien vanaf de zee, nauwelijks verder dan het Kolenwagenslag en de Marcelisstraat. De bebouwing was daarbij voornamelijk geconcentreerd in het gebied tussen de Keizerstraat en de Weststraat, al verscheen ook aan de andere zijde van de Keizerstraat, rond de Marcelisstraat en de Werfstraat, na 1800 een bebouwing van aanvankelijk verspreid liggende huisjes. De opkomst van Scheveningen als badplaats, begonnen in 1818 met de opening van het badhuisje van Jacob Pronk, vormde de eerste aanzet tot een explosieve groei. Direct en indirect profiteerde het dorp mee, al concentreerde het badgebeuren zich op den duur steeds meer rond het op enige afstand gelegen badhuisje (later het Stedelijk Badhuis). Wat deze laatste ontwikkeling betreft, ook het succes van de badinrichting van A.E. Maas, die tussen 1844 en 1862 aan het eind van de Keizerstraat was gevestigd, kon haar uiteindelijk niet tegenhouden. Daarbij kwam dat de oude Scheveningseweg en de Keizerstraat niet langer de enige weg naar zee vormden sinds de aanleg in 1835 van de nieuwe Badhuisweg die vanuit Den Haag rechtstreeks naar het Stedelijk Badhuis voerde. De meeste en de beste hotels verrezen tenslotte niet in het oude dorp, maar rond het Badhuis (dat in 1884 door het Kurhaus werd vervangen). Maar ook de expansie die de visserij na de liberalisering van de visvangst in 1857 doormaakte, zorgde voor een flinke toename van de plaatselijke bevolking. Als resultaat van deze ontwikkelingen groeiden dorp en badplaats in snel tempo naar elkaar toe, vooral langs de kuststrook. Trouwens, Den Haag rukte na 1860 eveneens in hoog tempo in de richting van de zee op. Het oude dorp breidde zich eerst uit aan weerszijden van de Keizerstraat. De open ruimten werden volgebouwd met een wirwar van hofjes en sloppen, voorr 1850 vooral in het gebied tussen de Keizerstraat en de Weststraat, en daarna aan de andere zijde van de Keizerstraat, langs de Wassenaarsestraat, de Werfstraat en de Marcelisstraat. De loop van het Kanaal tussen Den Haag en Scheveningen - dat tegen 1860 gereed was gekomen - en het tracé van de stoomtram van de HIJSM (nu tramlijn 11) vormden met de Duinstraat de eerste begrenzingen. De bebouwing uit die tijd bestond voornamelijk uit de traditionele kleine eengezinswoninkjes die vaak niet meer dan één kamer telden. In de laatste decennia van de vorige eeuw groeide het dorp vooral landinwaarts, in de richting van de Duinweg, de Badhuisstraat en de . Rond 1900 was Scheveningen al volkomen met Den Haag vergroeid.

 

©