| 1860-05-27: De Pinksterstorm van 1860 |
|
Gebleven Scheveningse vissers (6) De grote voorjaarsstorm van 1860Scheveningen - Op 27 mei 1860, het was op de eerste pinksterdag, stormde het behoorlijk. De dag erna groeide de storm uit tot een orkaan. Het Haagse Bos en de Scheveningseweg verloren meer bomen dan menigeen zich kon herinneren. “Het Voorhout, nog voor weinige uren een lusthof, is als een ruïne herschapen; er zijn aldaar meer boomen omgewaaid dan misschien bij eenigen storm te voren” meldde een krantenbericht van destijds. door Bert van der ToornLangs het strand van Scheveningen leden het Stedelijk Badhuis, Hotel Garni, de ‘muziektempel’ van de Vereeniging Zeerust en enkele villa’s veel schade. Voor het dorp strandde het Britse stoomschip Theresia waarvan de bemanning kon worden gered. Gedurende de storm waren er van Scheveningen nog ruim vijftig visserspinken in zee. Enkele pinken die terugkeerden brachten de tijding dat er op de kust tal van omgeslagen vrachtschepen, groot en klein, als wrakken langs de kust dreven. De gebleven schepen De pink ‘De Goede Verwachting’ van reder Dominicus Bruin was op 21 mei ter visserij vanaf Scheveningen vertrokken. Op de visgronden aangekomen werd nog een paar dagen in de nabijheid van een tweetal andere pinken gevist. De stuurlieden daarvan, Johannes Bal en Teunis Keus, praaiden op 26 mei nog hun collega schipper Pronk. Toen echter op 27 mei het weer verslechterde geraakte het drietal pinken uit elkaar. Op de 30e mei, op zes uren afstand van de Eijerlandse gronden van Texel, werd ‘De Goede Verwachting, herkenbaar aan enige merktekens, ondersteboven aangetroffen. Uiteindelijk werd de schuit in het ‘Gat van Vlie’ geheel tot wrak geslagen. Van de acht vissers, met veel familie bijeen, werd niets meer vernomen. Omgekomen waren; de 23-jarige stuurman Nicolaas Minnekus Pronk, Dirk Spaans 53 jaar en zijn zoons Johannes en Arie, 31 en 13 jaar oud. Daarnaast verdronken de 53-jarige Jan Zier den Heijer en zijn zoons Aalbert-Gerrit en Arie, 27 en 17 jaar, evenals de 21-jarige Dirk Pronk.- De familie De Ruiter Met het uitblijven van de pink ‘Prins Frederik der Nederlanden’ moet de spanning ondraaglijk zijn geweest. Op deze pink was een groot deel van de familie De Ruiter en aangehuwden bijeen. Ook dit scheepje werd als wrak ondersteboven gevonden. De scheepsnaam was nog leesbaar en op een zwaard waren de initialen van de stuurman waar te nemen. Toen nog enkele herkenbare stukken van de pink op Texel aanspoelden was er geen twijfel meer. Omgekomen waren de 41-jarige stuurman Minnekus de Ruiter, zijn twee zoons Arie en Teunis, 17 en 12 jaar en hun respectievelijke vader en grootvader de 63-jarige Teunis de Ruiter. Voorts de twee schoonzoons van de oude Teunis, de 36-jarige Zier Teunis Bronsveld en de 25-jarige Willem Ginder. Tenslotte nog de 24-jarige Cornelis de Jong. Voor de toen al zo zwaar getroffen echtgenoot en moeder Maria de Ruiter-De Jong zou het hierbij niet blijven. Nog tweemaal zou zij in die dagen van eind mei 1860 een jobstijding ontvangen. Ook de pink ‘Jacoba Elisabeth’ van reder Pieter de Niet sloeg om op de visgronden gelegen boven Texel. Van deze schuit verdronken de 35-jarige Arie Simon Spaans en zijn 14-jarige zoon Arie. Voorts de 26-jarige Machiel de Jong en de 34-jarige Machiel de Ruiter. De laatste was eveneens een zoon van de verdronken Teunis de Ruiter en echtgenoot Maria de Jong. Tenslotte de pink ‘Koopmans Welvaren’ en eveneens van reder Pieter de Niet. Deze pink sloeg ook om in de storm waarbij de 50-jarige Cornelis Harteveld en zijn 14-jarige zoon Arie verdronken. Voorts verdronken daarbij Jacob Roos en Leendert Spaans beide 20 jaar oud. De 20-jarige Teunis de Ruiter, opnieuw een zoon uit de zwaar getroffen familie De Ruiter, kon daarbij in eerste instantie nog worden gered. Maar kennelijk had de schuit zich gericht want gegevens wijzen er op dat Teunis de Ruiter op 31 mei alsnog door koortsen aan boord van de ‘Koopmans Welvaren’ overleed, maar wel aan wal kon worden gebracht.
|
Centrum Scheveningen-dorp
Nieuws
SCSD
Het Schevenigse Lint
Scheveningen-dorp
©
