|
2005-08-09 Startnotitie: Wat willen we met de kust? |
Startnotitie: Wat willen we met de kust?9 Aug 2005 - Werkgroep Stad Startnotitie: Wat willen we met de kust?Wij zijn tot het volgende drietal uitgangspunten gekomen: 1. Het zicht vanaf het strand dient zo veel mogelijk onbelemmerd te zijn. Echter: de brandinglijn mag door menselijk ingrijpen wel opschuiven. 2. Scheveningen is het gezicht naar de wereld van Den Haag. De unieke ligging aan zee dient ten volle en op stedebouwkundig en architectonisch hoog niveau te worden benut. Dit stadsdeel dient onlosmakelijk met de achterliggende stad verbonden te worden bijvoorbeeld met de vestiging van (centrale) grootstedelijke functies en goede ontsluiting wat betreft de auto, het OV en vanzelfsprekend de fiets. 3 De eisen die een adequate kustverdediging stelt, biedt ook een kans om bovenstaande te realiseren ToelichtingAd 1. Onbelemmerd zicht vanaf strand naar zeeHet onbelemmerde zicht vanaf het strand richting zee, het grootste aaneengesloten natuurgebied van Nederland, staat niet voor niets zeer hoog op de agenda van veel Hagenaars en is ook de oorzaak van het succes van “Laat de kust met rust” en de inzet daarvoor van iemand als Wim de Bie. Ook de PvdA moet dat uitdragen. Wat anders is dat als het strand breder wordt er best meer (bouw)activiteiten op het strand mogen plaatsvinden, zolang dit maar geen afbreuk doet aan dat onbelemmerde zicht. De niet fraaie Pier dient een gedaanteverwisseling te ondergaan en omgetoverd te worden in een prachtig bouwwerk.Niet bouwen in zeeWij zijn dus principieel tegen bouwen in zee. De benutting van het zeefront dient in principe vanuit het bestaande land te worden gerealiseerd. Daarnaast is het zo dat alle gedane studies aantonen dat ‘bouwen in zee’ economisch niet haalbaar is gezien de enorme kosten. Daar komt bij dat het gezien de zeespiegelrijzing onverantwoord is in zee te bouwen., omdat daardoor de technische en financiële risico’s niet te overzien zijn. De problematiek is vergelijkbaar met het uitgangspunt niet meer in uiterwaarden te bouwen die er zijn voor waterberging als het waterpeil in rivieren te hoog wordt. Niet bouwen tussen Scheveningen en Wassenaar en tussen Scheveningen en KijkduinWe zijn voorstander van het beschermen van de duinen tegen bouwactiviteiten tussen Scheveningen en Wassenaar en tussen Scheveningen en Kijkduin. Die bouwactiviteiten dienen geconcentreerd te worden op de reeds open stukken bij Scheveningen en Kijkduin. In de nieuwste versie van de Structuurvisie wordt de vraag opgeworpen of bouwen in de binnenduinrand toegestaan zou moeten worden. Wij vinden dat het voor de aantrekkingskracht van Den Haag belangrijk is het duingebied ongemoeid moet laten. Wel meer recreatief gebruik van de duinenEen heel andere vraag is het recreatief gebruik van de duinen. Recreatie draagt ook bij aan behoud. De toegankelijkheid van de duinen zou daarom best wat vergroot mogen worden, zolang de natuurlijke waarden en ecologische functie van de duinen daardoor geen geweld wordt aangedaan. Ad 2. Scheveningen is het gezicht naar de wereld van Den Haag De kracht van Den Haag, naast die van een internationaal bestuurlijk centrum, is de ligging aan zee. Steden als Barcelona en Sydney hebben die kracht uitgebuit, met als aanjager hun Olympische Spelen. Net als Den Haag stonden ook deze steden eerst met hun rug naar zee. Het gewenste imago van onze stad is dat van “Internationale Stad aan Zee”. Voor het waterfront Den Haag/Scheveningen dient een in stedebouwkundig en architectonsch opzicht creatief en hoogwaardig concept te worden gerealiseerd. Zoals bijvoorbeeld de bovenstaande steden dat hebben gedaan. In Nederland is bijvoorbeeld Arnhem bezig haar gezicht naar de rivier op creatieve en hoogwaardige wijze vorm te geven. Ook Amsterdam en Rotterdam maken daar meer en meer werk van. Een uitstraling die onder meer een aanjager kan zijn van het aantrekken van hoogwaardige werkgelegenheid. De hele skyline van onze “Internationale Stad aan Zee” kan een stuk spannender gemaakt worden met overal hoogwaardige architectuur en bijvoorbeeld boogbebouwing tussen de twee havenhoofden en gebouwen langs de havenhoofden. Van belang is dat ook Duindorp en wellicht Kijkduin in een dergelijk concept worden betrokken. Om dit waar te maken dient onze stad echt aan te sluiten op Scheveningen en aldus Scheveningen tot het naar de wereld gekeerde gezicht van de stad te maken. Daartoe dient Scheveningen veel beter dan nu ontsloten te worden door Randstadrail naar de kust door te trekken en met een goed netwerk van fietspaden. Daarnaast door infrastructuur op maat voor de auto met het scheppen van voldoende liefst ondergrondse of parkeerplaatsen. Tevens is het van belang om door Scheveningen een goede doorgaande Noord-Zuidverbinding tot stand te brengen, zonder dat dit Scheveningen afsnijdt van de rest van de stad. Voor Scheveningen geen status aparteScheveningen dient dus worden ontsloten als deel van de stad en niet als een stadsdeel met een “status aparte”. Die status hebben de Scheveningers wel weten af te dwingen. Zij schermen tot nu toe succesvol hun “koninkrijkje” af, vaak ook van plannen die het toerisme willen bevorderen omdat deze de rust in “hun” dorp verstoort. De basis van dit succes is dat men erin geslaagd is het idee bij andere partijen te laten wortelen dat wie aan vermeende Scheveningse belangen komt, politieke zelfmoord pleegt. Dat is de reden dat veel politieke partijen zich, als het om de haven gaat, zonder argumenten bekeren tot standpunten als het belang van “havengebonden activiteiten” en van “ambachtelijke werkgelegenheid” voor ongeschoolden. Door deze visie blijven zeer veel kansen liggen en wordt de bevolking van Scheveningen maar ook die van Den Haag tekort gedaan. De misplaatst nostalgische status aparte gedachte is een achterhaalde dorpse visie die niet meer past bij de eisen vanuit sociaal, stedebouwkundig en economische oogpunt worden gesteld. Om ons gewenste imago van internationale stad aan zee waar te maken ligt het voor de hand om het terrein van de Norfolkline en andere locaties een blikvangende invulling te geven met hoogwaardige functies. Zo trek je Hagenaars naar dit deel van hun stad. Zo maak je architectonisch echt een “landmark” zoals andere grote steden aan zee die ook hebben. DenHaag/Scheveningen dus niet als industriestad, maar als bestuurlijk centrum. Den Haag/Scheveningen moet niet aan iets vast willen blijven houden wat het niet is. Wij zijn geen havenstad. Wij hebben geen echte industrie. De Scheveningse haven is geen echte haven meer, zal dat ook nooit meer worden en we zouden dat ook niet meer moeten willen worden. Wat anders is dat het goed is om de bestaande activiteiten als de visafslag en nog enige bedrijvigheid met boten die nog goed bij de huidige haven passen ook voor de haven te behouden. Echter de eisen die een totaal concept met zich meebrengen dienen voorop te staan. Het concept met de meeste potentie in sociaal-economisch stedebouwkundig en architectonisch opzicht dient voorrang te krijgen boven nostalgie. Het stadsbestuur en de politieke partijen moeten zich niet langer “in de boot” laten nemen en laten “gijzelen” door een relatief kleine groep Scheveningers. Die waren bijvoorbeeld ook tegen de levendigheid en bedrijvigheid brengende restaurantjes aan de kop van de haven. Bovendien vallen er weinig stemmen te trekken uit Scheveningen. Deze gaan grotendeels naar de PPS en het andersdenkende deel zal andersdenkend blijven ook als het gemeentebestuur andere plannen heeft met de Norfolkline en de toplocatie die dit midden in de stad gelegen op tal van terreinen zeer veel overlastgevende containeroverslagbedrijf bezet houdt. In plaats van een aantal Scheveningers naar de mond te praten en voortdurend defensief te reageren, zou het gemeentebestuur voortvarend en pro-actief plannen moeten maken om de kracht van de stad door haar ligging aan zee optimaal te benutten. Nadrukkelijk betrekken van Westland in economische visie van Den HaagEr dient natuurlijk wel, ook in Scheveningen, goed nagedacht te worden over overlast die economische activiteiten kunnen veroorzaken. Zo zou de Norfolkline, in plaats van deze door een voor hen uiterst voordelig huurcontract vast te willen houden, om tal van bekende redenen uit de stad moeten vertrekken: midden in de stad is een verkeerde locatie waardoor veel verkeersongelukken en andere hinder als gevolg van zeer veel vrachtverkeer, veel emissies van Fijn Stof en NOx die uitermate schadelijk zijn voor de gezondheid en geluidsoverlast. Voor wat betreft de compensatie van werkgelegenheid voor laaggeschoolden, want dit is inderdaad een nijpend probleem, zou Den Haag zich veel meer dan nu het geval is naar het Westland toe moeten openen. Daar ligt voor onze stad een reservoir aan bedrijvigheid en te ontwikkelen bedrijvigheid waar veel Hagenaars emplooi kunnen vinden. Ad. 3 Kustverdediging De gevolgen van het broeikaseffect impliceren een betere kustverdediging. De maatregel die de meeste aandacht krijgt, is een hogere boulevard in het Scheveningse deel van Den Haag. Deze biedt bijvoorbeeld mogelijkheden als parkeergarage voor auto’s. Maar er valt ook te denken om de hele kustlijn meer naar het Westen te brengen. In dat geval wordt de huidige boulevard een binnenweg waarvan een ontsluitingsweg te maken. Daarnaast is er een plan waarbij er in de zee onder het wateroppervlak langs de kustlijn een zand/dijklichaam komt dat de golven breekt en een tevens voor wilder water zorgt waar surfers en andere waterspotters van kunnen profiteren. Een noord-zuidrandweg ondergronds door de duinen, waarbij de tunnel een onderdeel is van de kustverdediging biedt ook mogelijkheden om op een geïntegreerde wijze een problemen van verkeer en vervoer, kustverdediging en milieu tot een oplossing te brengen.
|