logo

Thursday 09th of February 2012

2007-05-04 PvdA nieuws

Oorlogsherdenking in Duindorp


Vrijdagochtend 4 mei was ik bij de kranslegging bij het oorlogsmonument op het Tesselseplein in Duindorp om een speech te houden. (Piep)jong en (heel) oud uit Duindorp waren bij de herdenking aanwezig en dat deed me goed. We mogen immers niet vergeten dat vrijheid niet vanzelfsprekend is.

lees hieronder de toespraak die ik heb gehouden

Dames en heren, jongens en meisjes,

Duindorp, het ligt er nu zo vredig bij. Maar hier in Duindorp duurde de Tweede Wereldoorlog het langst. Langer dan in Den Haag, dat op 5 mei 1945, na vijf oorlogsjaren, werd bevrijd.

De oorlog heeft Duindorp zeven lange jaren, van 1940 tot 1947, in zijn greep gehouden. Dit monument herinnert ons daaraan. Het is in 1952 gemaakt door de Haagse beeldhouwer Theo van der Nahmer, op initiatief van een groep Duindorpers die zich in een Herdenkingscomité hadden verenigd.
De drie panelen van deze plaquette verbeelden de prijs die Duindorp in de oorlog heeft betaald. Het eerste stelt de evacuatie voor van álle inwoners van Duindorp, tienduizend mensen, in 1942 en 1943; vervolgens de bezetting en tot slot de terugkeer, pas tussen eind 1946 en juli 1947.

Die zeven jaren geschiedenis van Duindorp zijn getekend door onvrijheid. Stel je voor hoe Duindorp er toen moet hebben uitgezien. Uit angst voor een invasie van geallieerde troepen gaf Hitler op 14 december 1941 opdracht om de hele kust van West-Europa, langs de Oostzee, de Noordzee en de Atlantische Oceaan, te versterken. Scheveningen maakte een speciaal onderdeel uit van deze Atlantikwall. Allereerst omdat het regeringscentrum in Den Haag lag. En ten tweede omdat de rijkscommissaris van bezet Nederland, Seyss-Inquart, was gaan wonen in het huis op landgoed Clingendael, waarin nu Instituut Clingendael is gevestigd. Een tankgracht grendelde de kuststrook af, van Kijkduin tot aan de Raamweg, dwars door de Waterpartij en met een boog door het Haagse Bos, om Clingendael heen. Op strategische plekken was deze nog versterkt met tankmuren en betonnen ‘drakentanden’.

Voor het geval de geallieerden zouden landen áchter de Atlantikwall en de Vesting Scheveningen in de rug zouden aanvallen, werd alles in de strook rond de tankgracht met de grond gelijk gemaakt. In Scheveningen zelf, de Bloemen- en Bomenbuurt, Duinoord, het Statenkwartier en Zorgvliet werden 3180 woningen, drie kerken, twee ziekenhuizen en zeven scholen gesloopt. In de duinen werden bunkers aangelegd. Ten zuiden en noorden van Scheveningen werden kanonnen opgesteld. Het strand lag vol mijnen en er stond een woud van palen op. Het gebied daarbinnen werd ‘spergebied’.
Piet Spaans beschreef dit Scheveningen in 1983 in zijn boek Scheveningen Sperrgebiet als volgt: ,,De Parel aan de Noordzee was veranderd in een oord met verwoeste of geschonden huizen, verminkte bossen en parken, opgebroken straten, tram- en spoorlijnen, afgebroken bruggen en onbewoonbaar geworden hotels. Scheveningen zonder boulevard, zonder pier – want die brandde op 26 maart 1943 af – zonder Waterpartij; het vormt een aanklacht tegen de bezetter wiens schennende hand niets heeft ontzien.”

De mensen die in het spergebied woonden moesten weg. Van de ene op de andere dag kregen tienduizenden mensen te horen dat ze moesten vertrekken. Gezinnen van mensen die niet of niet voltijds werkten, dus alleenstaande moeders met kinderen, ouderen en zieken, werden ingedeeld bij groep A en moesten zelfs de kustprovincies verlaten. Mensen die wel werkten, groep B, mochten met hun gezin dichterbij een onderkomen zoeken.

Voor al die mensen moet dit als een enorme schok zijn gekomen. Het eerste oorlogsjaar had de Duitse bezetter nog geprobeerd sympathie te winnen bij de Nederlanders en was er op het oog weinig veranderd in het dagelijkse leven. Het badleven ging door, er speelde nog een negerband in het Lido en hoge militairen poseerden vriendelijk op het strand, naast kindertjes op een ezeltje. Op de foto die de Duitse censuur vrijgaf voor publicatie kijken die kinderen overigens stuurs naar de grond.
Eind 1942 liet de bezetter dat quasi-vriendelijke gezicht niet meer zien. De Duitse commissaris die met de evacuatie was belast, Münster, schreef aan NSB-burgemeester Westra van Den Haag: ,,Ik maak u er op attent dat, met het oog op de urgentie van de afbraakwerkzaamheden, hier geen democratische methoden kunnen worden toegepast.”

Johanna Petronella de Graaf - Fieret was één van de Duindorpers die in die novembermaand kennismaakten met dit verharde beleid. Dat blijkt uit haar verhaal dat door Piet Spaans werd opgetekend. Denk je in, haar man Arie de Graaf was begin mei 1940 ‘even’ naar Rotterdam gegaan. Hij werkte daar bij een rederij die met een coaster op Engeland voer en hij wilde vragen wanneer hij weer aan boord moest. Nu zou je de telefoon pakken, maar toen hadden nog niet veel mensen telefoon.
Het zou uiteindelijk ruim vijf jaar duren eer Johanna en Arie elkaar weer zouden zien, in Doetinchem, 160 kilometer van Duindorp. Want toen Arie in Rotterdam aankwam, bleek dat hij meteen moest aanmonsteren. En op de terugweg, in Vlissingen, brak de oorlog uit. Arie de Graaf schreef zijn vrouw een haastig briefje dat hij van Vlissingen weer terug naar Engeland moest.

Omdat er in haar gezin geen kostwinner was, werden Johanna en haar vier kinderen ingedeeld bij groep A. In november moesten zij weg uit Duindorp. De bestemming werd IJzevoorde, een dorpje vlakbij Doetinchem. Normaal gesproken regelde het gemeentelijke Bureau Evacuatiezaken de hele operatie, inclusief de maandelijkse onkostenvergoeding aan de familie die onderdak bood. Maar moeder en oudste dochter Nel hadden hun verhuizing zelf geregeld. In de dagen van de mobilisatie, voordat de oorlog uitbrak, hadden zij twee jonge soldaten die in Houtrust waren gelegerd regelmatig op de koffie genodigd om wat hartelijkheid te bieden. Eén van de twee was een boerenzoon uit IJzevoorde. Daar kwam het aanbod uit voort om het gezin De Graaf onderdak te geven bij de boerenfamilie, bestaande uit vader, moeder en zoon.

Uit verreweg de meeste van dit soort uitwisselingen is een innige band ontstaan. Zo is niet alleen de bittere pil van de gedwongen verhuizing verguld, maar is er ook iets moois ontstaan uit het vele leed. Toch wil ik hier het accent leggen op het feit dat niet iedereen met open armen werd ontvangen op het nieuwe adres. Niet om lang stil te staan bij die incidenten. Maar om te schetsen hoe broos alles wordt als er geen vrijheid meer is, wat er gebeurt als grondrechten van de mens met de voeten worden getreden en hoe kwetsbaar ons gevoel van veiligheid dan is.

De burgemeester van Winterswijk, een NSB’er, vond het bijvoorbeeld maar niets dat hij honderden evacués uit het vissersdorp moest onderbrengen. In een verslag over de operatie schreef hij: ,,Slechts een zeer klein gedeelte behoort tot de gegoede klasse, het merendeel tot de zeer armen, waardoor de huisvesting nog moeilijker werd.” Dat was een streep door de rekening, want hij hoopte juist de mensen uit Scheveningen onder te kunnen brengen bij de rijke inwoners van zijn dorp. Pure minachting spreekt uit zijn verslag over de mensen die op 7 en 8 januari 1943 per trein in Winterswijk arriveerden: ,,Een groot aantal ouden van dagen, enige grote gezinnen met jonge kinderen, meerdere hulpbehoevenden en verschillende zieke personen, meerdere vervuilde en met ongedierte besmette gezinnen, ook asocialen ontbraken niet.”

De Scheveningers moeten zich op hun beurt verloren hebben gevoeld. Velen waren nog nooit ver buiten hun vissersdorp geweest. Ze verstonden het Achterhoekse dialect niet. Het was meteen chaos en dat leidde tot lange wachttijden. De bussen die klaarstonden, moesten aan het eind van de middag naar een andere klus. Het sneeuwde buiten, de wegen waren spekglad. Het gebeurde zelfs dat een moeder met vier jonge kinderen werd geweigerd op haar nieuwe adres, waardoor de politie eraan te pas moest komen. Dat geeft een beeld van de afhankelijke positie waarin de evacués zaten. En een terugweg was er niet.

Het gezin van Johanna de Graaf was al ruim een maand eerder, op een koude novemberdag, naar IJzevoorde afgereisd. De verhuiswagen was te klein, zodat een deel van de meubels moest achterblijven. Eenmaal op de boerderij in IJzevoorde bleek er ook geen plaats te zijn voor het meubilair dat wél was meegekomen. Het gezin verbleef op twee kleine slaapkamertjes, die via een smal trappetje en de hooizolder bereikbaar waren. In de woonkeuken zaten het boerengezin en de zeemansfamilie op elkaars lip. En het boterde niet tussen de twee vrouwen. Het eind van het liedje was dat de familie De Graaf uit de woonkeuken werd verstoten.

Een eigen leven leiden was er niet bij. Voedsel kreeg je alleen op speciale distributiekaarten, en die moesten Johanna en haar kinderen afstaan aan de boerin in ruil voor kost en inwoning. Toen de boerin erachter kwam dat Johanna een kleine toelage kreeg van de Rotterdamse werkgever van haar man, eiste ze die ook op. Nel de Graaf zou later vertellen: ,,We hebben zelfs een keer gezien dat ze onze distributiekaarten aan de voordeur aan mensen verkocht.” Uiteindelijk was het ook Nel die een uitweg vond uit de benarde positie van de familie. Ze vond elders in Doetinchem onderdak, bij een oude, alleenstaande man die een groot huis bewoonde en hen alsnog met open armen ontving.
Op 5 mei 1945 werd Nederland eindelijk bevrijd. Alleen: de Duindorpers konden nog niet terug naar huis. Niet eens omdat Duindorp een verlaten woestenij was, die ook nog eens getroffen was door een verdwaalde V2-raket die de Duitsers hadden afgeschoten op Londen. Ze konden nog niet terug, omdat Duindorp een nieuwe bestemming kreeg: gevangenkamp voor 5700 NSB’ers en andere foute of vermeend foute Nederlanders. De geïsoleerde ligging en het feit dat de wijk ontruimd was, maakten Duindorp er geknipt voor. De mannen zaten er maandenlang vast achter vier rijen prikkeldraad. Ze moesten helpen met het herstellen van de beschadigde woningen. Niet iedereen kreeg een proces. De sfeer was gespannen, er zijn een paar opstanden geweest. Maar pas in december 1946 werd besloten Duindorp weer vrij te geven. Dat ging geleidelijk, de huizen moesten eerst opgeknapt worden.

Het duurde tot juli 1947 eer de laatste Duindorpers weer terug konden naar hun oude huis. Daarom heeft de oorlog in Duindorp ruim twee jaar langer geduurd dan in de rest van Nederland. Daarom is het pas dit jaar dat Duindorp zestig jaar bevrijding kan vieren.

Het doet mij goed dat wij dit herdenken met jong en oud, met de kinderen van Duindorp, met de leerlingen van basisschool De Meerpaal, die het monument hebben geadopteerd. Want deze herinnering moeten we blijven doorgeven aan volgende generaties, omdat vrijheid niet vanzelfsprekend is.

Ik dank u voor uw aandacht.

 

Gepost op Vrijdag 4 Mei 2007 door Henk.

 

©