|
Niets doen in Scheveningen is geen optie Toespraak Wethouder Kool van Scheveningen Ik maak mij zorgen over de toekomst van Scheveningen en dat heb ik tot onderwerp van mijn nieuwjaarsrede gemaakt. Daarbij heb ik de Scheveningers opgeroepen mee te doen, in ieder geval dat te gaan uitvoeren waarover iedereen het eens is en op te houden met steeds weer de verschillen te zoeken. Nietsdoen is geen optie. Ik wacht al zo lang op de uitvoering van plannen en ik hoop niet nog eens dertig jaar te hoeven wachten!
Het is goed om u allen hier te zien, traditiegetrouw in groten getale. Ik hoop dat u de nogal onrustige jaarwisseling allemaal goed hebt doorstaan en dat dit het begin mag zijn van een voorspoedig en vruchtbaar jaar.
Ik wil allereerst samen met u even stilstaan bij het feit dat wij mevrouw Ingrid Annegarn, voorzitter van het Wijkoverleg Scheveningen Dorp en lid van het GSBO hebben verloren. Een markante en charmante vrouw die zich meer dan 38 jaar in heeft gezet voor Scheveningen. Het is goed dat wij haar namens het College nog onze welverdiende waardering konden laten blijken met de uitreiking van de Stadspenning. Ik hoop dat wij allen de heer Herman Annegarn de komende tijd zullen kunnen steunen in dit grote verlies.
Ten tweede is het u wellicht niet ontgaan dat ik een hartenkreet heb geuit naar aanleiding van de met sluiting bedreigde basisschool De Tweemaster. Sluiting van een school is pijnlijk, voor de mensen die er werken, de ouders en de kinderen, en ook voor bestuurders. Ik heb mij absoluut niet onder een collegebesluit hierover willen uitwurmen. Ik dacht een creatieve uitweg te hebben gevonden door een fusie voor te stellen, niet beseffend dat die weg al onbegaanbaar was gebleken. Ik meende ruimte te zien, waar die helaas niet was. Dat is heel spijtig.
Beste Scheveningers, vorig jaar troffen wij elkaar ook hier op deze plek. We hadden toen net de laatste ferry van de Norfolkline uitgezwaaid. We waren weemoedig, getuige het grote spandoek ‘Scheveningen huilt’ op het havenhoofd. Maar tegelijkertijd was de stemming ook zinderend, energiek. We stonden klaar om het nieuwe Scheveningen te gaan vormgeven.
Ik herinner mij dat ik daarom zei: Scheveningen, droog je tranen! Het vertrek van de Norfolkline biedt ook de historische kans om direct aan zee te bouwen aan een compleet nieuw dorp met woningen, bedrijven, recreatie. Zo’n ruimte om iets te ontwikkelen krijg je niet elke eeuw!
We zijn ambitieus aan de slag gegaan. We hebben ons ten doel gesteld van Scheveningen dé badplaats van Noordwest-Europa te maken, een badplaats met internationale allure, die vier seizoenen per jaar aantrekkelijk is voor bewoners en bezoekers, een tweede bruisend centrum van Den Haag.
We hebben de rest van het jaar niet stilgezeten. Er zijn plannen gemaakt, die van te voren, tijdens en naderhand zowel van binnen als van buiten beschoten zijn. Daar heeft iedereen alle gelegenheid voor gekregen. En terecht. We willen sámen vormgeven aan onze ambities met Scheveningen.
Eén van de resultaten van dat gezamenlijk overleg is dat we er onverkort voor hebben gekozen de visserij op het noordelijk havenhoofd alle ruimte te bieden. Dat waren we eerst niet van plan, want we wilden graag wonen en werken daar gaan mengen en dat zou ten koste van de visserij zijn gegaan. Maar we hebben geluisterd naar de meningen van de reders en de bevolking, die dit geen goed plan vonden, en zijn er op teruggekomen.
Desondanks moet ik tot mijn spijt constateren dat het enthousiasme van vorig jaar is weggeëbd. Ik voelde dat al een tijdje aan mijn water, maar toen ik dinsdagochtend de Haagsche Courant opensloeg werd mijn gevoel helaas bewaarheid.
‘Bewoners in verzet tegen plannen voor Scheveningen’, kopte de krant op de voorpagina, ‘Negen organisaties vrezen hoogbouw en verkeer’.
Ineens lees ik dat het ‘de plannen van de gemeente’ zijn. Terwijl ik toch echt dacht dat de hele goegemeente erover meegepraat had.
Ik lees dat die negen organisaties plotseling bevangen zijn door de angst dat het ‘kleinschalige woon- en leefklimaat’ van Scheveningen wordt vermorzeld door ‘grootstedelijke’ plannenmakerij à la Melbourne of Stockholm.
Maar wat is dat nou voor onzin? Hebben de plannen die we sámen hebben gemaakt in deze tussentijd, waarin de droom werkelijkheid moet gaan worden, ineens buitensporige proporties gekregen?
Met twee woontorens van 100 en één van 70 meter heb je toch niet meteen een skyline als die van Melbourne of Manhattan? Waar ik – en ook u, dat weet ik zeker – overigens graag naartoe gaan met vakantie.
Als je nu over Den Haag uitkijkt, torenen er een tiental gebouwen bovenuit. En niet alleen maar 21ste-eeuwse gebouwen als de Hoftoren en het Strijkijzer. We zouden er een quiz van kunnen maken. Weet u hoe hoog de toren is van de Grote Kerk, de Haagse Toren? (93 meter.) En de grote toren van het Vredespaleis? (80 meter). Of laten we alleen naar Scheveningen kijken: de Leonardo da Vincitoren die hier in Scheveningen staat? (100 meter.) En de Pier? (65 meter).
Ik wou maar zeggen: hoogbouw is niet per definitie moderne megalomanie. Ik zou jullie zo graag van die hoogtevrees afhelpen!
Maar bovendien lijkt het ineens of alle plannen alleen nog maar om die torens draaien. Ik pluk zo maar een commentaar van internet: ,,Mik hier toch gewoon huizen voor de gewone Scheveninger neer in een moderne variant van Duindorp. Gewoon betaalbaar voor gewone mensen in plaats van zo’n juppentoren die ongetwijfeld vol komt met klagers.”
Nog afgezien van het feit dat ik dit ook nogal klagerig vind overkomen, wil ik de behoudzucht die er uit spreekt op de korrel nemen. Want ook die is zelden goed voor stedelijke ontwikkeling. De geschiedenis kent genoeg voorbeelden van steden die economisch achteruit sukkelden omdat ze verzuimden een haven te graven, woningen te bouwen voor modaal en bovenmodaal, ondernemers aan te trekken.
Kijk alleen al naar de ontwikkeling van Den Haag, sinds het IJspaleis en daarna alle andere met fraaie namen getooide gebouwen zijn verrezen. Het is echt niet zo heel lang geleden, dat Haagse Harry in een uitgestorven stadscentrum schamperde: ‘Den Haag bruist’. Nu kun je dat gevaarloos zeggen zonder uitgelachen te worden.
Ik denk dat het niet goed is voor Scheveningen om te proberen de tijd stil te zetten, keihard op de rem te gaan staan en te roepen dat de grens bereikt is. Dat er geen touringcar of toerist meer bij kan. Dat het zo wel mooi is.
Voor je er erg in hebt kan rust aan de kust ontaarden in dood in de pot!
Ik kan het zeggen, want ik maak al dertig jaar mee dat er plannen worden gesmeed voor Scheveningen die vervolgens niet worden uitgevoerd. Ik wil niet nog eens dertig jaar wachten. En we kunnen ons dat ook niet veroorloven. We moeten nu actie ondernemen voor de toekomst van Scheveningen. Nietsdoen is geen optie. Laten we daarom in ieder geval dat doen waar we het over eens zijn en stoppen met de verschillen te zoeken. Ik roep jullie allemaal op mee te doen!
Scheveningen heeft een trauma opgelopen van de projectontwikkeling in de jaren 80, dat begrijp ik wel. Maar ik zie geen enkele reden om, nu we al zo’n eind samen op weg zijn, plotseling terug te deinzen. Ik herinner er alleen al aan dat de gemeenteraad expliciet in de plannen heeft laten opnemen dat “bij Kijkduin en Scheveningen terughoudendheid wordt betracht. Grootstedelijke ontwikkeling is daar niet aan de orde.” Daarom roep ik u op om niet in negativisme weg te zakken, maar het enthousiasme van een jaar geleden terug te vinden en te bedenken dat we het over zoveel uitgangspunten wél eens zijn.
Ik hoop dat u zo, door uw oogharen heen, het nieuwe Scheveningen kunt zien. Met die prachtige nieuwe boulevard, een lagune bij Duindorp, woningen en bedrijvigheid op het Norfolkterrein. De visserij die leven in de brouwerij brengt. En de cruiseschepen die hier komen aanleggen, bij de mooiste badplaats van Noord-West-Europa, het tweede bruisende centrum van Den Haag, dat jaarrond bezoekers trekt. Dat is géén droom, maar een werkelijkheid die onder handbereik ligt. .
Ik wil afsluiten met u allen hartelijk te danken voor uw inzet en betrokkenheid in het afgelopen jaar, want dat is een kracht die Scheveningers kenmerkt.
In het bijzonder wil ik twee professionele vrouwen bedanken, die Scheveningen helaas gaan verlaten. De stadsdeelcoördinator Ineke van der Meer en stadsbeheermanager Judith Norbart. Ineke en Judith hebben zich binnen hun functie intensief ingezet voor het stadsdeel. Zij starten allebei met een nieuwe uitdaging. Ineke als gebiedsmanager in Rotterdam-Feijenoord. Judith bij Dienst Stadsbeheer. Ik wens jullie veel succes in deze nieuwe functies.
Tot slot wens ik u en de uwen een heel goed 2008 en zoals gezegd op Scheveningen: Zegen en bewaering.
|